⌂   Startƒ   Machten en wortels
WISKUNDE OEFENEN · ALTIJD GRATIS

Machten en wortels oefenen – VWO 4 wiskunde C

Rekenen met exponenten, negatieve machten en wortelvormen.

VWO 4 · Wiskunde CVoorbereiding op CE en SEAndere leerroute ↗
UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Machten en wortels begrijpen

Na deze les: Je vereenvoudigt machten en wortels met inzicht in de rekenregels.

Voor je begint: Algebraïsche voorkennis

Herhaal rekenregels, variabelen, gelijkwaardige uitdrukkingen en controleren door terug te substitueren. Let op domeinvoorwaarden: delen door nul is niet toegestaan.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Een positieve gehele macht is herhaalde vermenigvuldiging. Bij gelijke grondtallen tel je exponenten op wanneer je vermenigvuldigt. Een negatieve exponent betekent het omgekeerde, geen negatief antwoord. Een wortel kun je schrijven als een breukmacht. Een even wortel heeft binnen de reële getallen een niet-negatief argument nodig. De rekenregels voor machten gelden niet op dezelfde manier voor sommen.

\[a^ma^n=a^{m+n},\quad(a^m)^n=a^{mn},\quad a^{-n}=\frac1{a^n},\quad\sqrt a=a^{1/2}\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Stel vast of je een product, quotiënt of macht van een macht hebt.
  2. Vereenvoudig gelijke grondtallen; schrijf negatieve exponenten als breuken.
  3. Splits een wortel in een kwadratische factor en een overblijvende factor.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Vereenvoudig \(2^3\cdot2^{-1}+\sqrt{72}\).

  1. De machten worden \(2^{3-1}=4\).
  2. Omdat 72=36·2 geldt \(\sqrt{72}=6\sqrt2\).
  3. Het exacte antwoord is \(4+6\sqrt2\). Ongelijksoortige termen kun je niet verder samenvoegen.

Zo controleer je het: De oorspronkelijke en de vereenvoudigde uitdrukking zijn beide ongeveer 12,49.

Een veelgemaakte fout

\(\sqrt{a+b}\) is in het algemeen geen \(\sqrt a+\sqrt b\). Ook moet je bij \((a+b)^2\) de middenterm meenemen.

Verdieping en verantwoord gebruik

Algebra is behoud van gelijkheid. Iedere omzetting moet onder de genoemde voorwaarden verantwoord zijn. In een model dragen parameters betekenis, eenheden en aannames.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Vereenvoudig \(3^4/3^2+\sqrt{50}\).

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

\(3^{4-2}=9\) en \(\sqrt{50}=5\sqrt2\), dus \(9+5\sqrt2\).

Oefen machten en wortels →

HAVO 3 · Basiswiskunde · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.