⌂   Startƒ   Lineaire vergelijkingen
WISKUNDE OEFENEN · ALTIJD GRATIS

Lineaire vergelijkingen oefenen – VWO 5 wiskunde C

Vergelijkingen oplossen door aan beide kanten dezelfde bewerking uit te voeren.

VWO 5 · Wiskunde CVoorbereiding op CE en SEAndere leerroute ↗
UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Lineaire vergelijkingen begrijpen

Na deze les: Je lost een lineaire vergelijking op en legt uit waarom de oplossing klopt.

Voor je begint: Algebraïsche voorkennis

Herhaal rekenregels, variabelen, gelijkwaardige uitdrukkingen en controleren door terug te substitueren. Let op domeinvoorwaarden: delen door nul is niet toegestaan.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Een vergelijking zegt dat twee uitdrukkingen dezelfde waarde hebben. Zie het gelijkteken als een weegschaal: dezelfde hoeveelheid toevoegen of weghalen aan beide kanten bewaart het evenwicht. Het doel is de onbekende alleen te zetten. Iedere stap moet omkeerbaar zijn, zodat de oplossingen niet veranderen. Een minteken vóór haakjes verandert alle tekens binnen die haakjes.

\[ax+b=c\quad\Longrightarrow\quad x=\frac{c-b}{a}\quad(a\ne0)\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Werk haakjes uit en voeg gelijksoortige termen samen.
  2. Breng x-termen naar één kant en gewone getallen naar de andere kant.
  3. Deel door de coëfficiënt van x en controleer in de oorspronkelijke vergelijking.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Los op: \(3(x-2)+4=2x+9\).

  1. Werk uit: \(3x-6+4=2x+9\), dus \(3x-2=2x+9\).
  2. Trek aan beide kanten 2x af: \(x-2=9\).
  3. Tel aan beide kanten 2 op: \(x=11\).

Zo controleer je het: Links staat \(3(11-2)+4=31\); rechts \(2\cdot11+9=31\). Beide kanten zijn gelijk.

Een veelgemaakte fout

Een term verplaatsen is verkorte taal voor dezelfde bewerking aan beide kanten uitvoeren. Verander nooit zomaar één teken.

Verdieping en verantwoord gebruik

Algebra is behoud van gelijkheid. Iedere omzetting moet onder de genoemde voorwaarden verantwoord zijn. In een model dragen parameters betekenis, eenheden en aannames.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Los \(4(x+1)=2x+10\) op. Noteer bij iedere regel je bewerking.

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

Uit \(4x+4=2x+10\) volgt \(2x=6\), dus x=3. Bij invullen zijn beide kanten 16.

Oefen lineaire vergelijkingen →

HAVO 3 · Basiswiskunde · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.