⌂   Startƒ   Rekenen met complexe getallen
WISKUNDE OEFENEN · ALTIJD GRATIS

Rekenen met complexe getallen oefenen – VWO 5 wiskunde D

Optellen, vermenigvuldigen, modulus en geconjugeerde.

VWO 5 · Wiskunde DVoorbereiding op het schoolexamenAndere leerroute ↗
UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Rekenen met complexe getallen begrijpen

Na deze les: Je rekent met complexe getallen en scheidt reële en imaginaire delen.

Voor je begint: Complexe getallen

Herhaal reële rekenregels en onthoud \(i^2=-1\). Houd reëel deel, imaginair deel, modulus en argument uit elkaar.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Een complex getal a+bi heeft een reëel deel a en een imaginair deel b. De factor i voldoet aan i²=−1. Je rekent met haakjes zoals bij veeltermen en vervangt elke i² door −1. De modulus √(a²+b²) is de afstand tot de oorsprong in het complexe vlak. De geconjugeerde a−bi spiegelt het getal in de reële as.

\[i^2=-1,\qquad |a+bi|=\sqrt{a^2+b^2},\qquad\overline{a+bi}=a-bi\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Werk producten met alle kruistermen uit.
  2. Vervang i² door −1.
  3. Voeg gewone termen en coëfficiënten van i afzonderlijk samen.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Bereken (2+3i)(1−2i).

  1. Werk uit: 2−4i+3i−6i².
  2. Omdat i²=−1 wordt −6i² gelijk aan +6.
  3. De uitkomst is 8−i. Reëel deel 8, imaginair deel −1.

Zo controleer je het: De moduli moeten vermenigvuldigen: √13·√5=√65. Ook |8−i|=√65.

Een veelgemaakte fout

Het imaginaire deel van 8−i is −1, niet −i. Vergeet bij de kruisterm i² het minteken niet.

Verdieping en verantwoord gebruik

In poolvorm worden moduli vermenigvuldigd en argumenten opgeteld. Complexe getallen breiden het getalsysteem uit.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Bereken (1+i)².

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

1+2i+i²=2i.

Oefen rekenen met complexe getallen →

VWO 5 · Wiskunde D · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.