⌂   Startƒ   Cirkels en raaklijnen
WISKUNDE OEFENEN · ALTIJD GRATIS

Cirkels en raaklijnen oefenen – VWO 5 wiskunde D

Cirkelvergelijkingen, middelpunten, stralen en raaklijnen.

VWO 5 · Wiskunde DVoorbereiding op het schoolexamenAndere leerroute ↗
UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Cirkels en raaklijnen begrijpen

Na deze les: Je leest een cirkelvergelijking en bepaalt een raaklijn.

Voor je begint: Meetkundige voorkennis

Werk met tekeningen, eenheden, gelijkvormigheid en de betekenis van hoeken en afstanden. Een schets is geen bewijs dat iets op schaal is.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Een cirkel bestaat uit punten op vaste afstand r van een middelpunt. De cirkelvergelijking volgt direct uit de afstandsformule. Een raaklijn raakt de cirkel in één punt en staat daar loodrecht op de straal. Met een horizontale straal krijg je een verticale raaklijn en omgekeerd. Controleer altijd eerst dat het gegeven raakpunt werkelijk op de cirkel ligt.

\[(x-a)^2+(y-b)^2=r^2,\qquad \text{middelpunt }(a,b),\ \text{straal }r\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Lees middelpunt en straal af; splits zo nodig kwadraten af.
  2. Controleer het raakpunt met de cirkelvergelijking.
  3. Bepaal de loodrechte richting op de straal en schrijf de lijn.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Bepaal de raaklijn aan \((x-1)^2+(y+2)^2=25\) in P(4,2).

  1. Het middelpunt is M(1,−2), de straal 5. P ligt erop want 3²+4²=25.
  2. De straalrichting is (3,4). Deze is een normaalvector van de raaklijn.
  3. Dus \(3(x-4)+4(y-2)=0\), oftewel 3x+4y=20.

Zo controleer je het: De afstand van M tot de lijn is |3−8−20|/5=5, precies de straal.

Een veelgemaakte fout

In (y+2)² hoort de middelpuntcoördinaat −2. Vergeet niet dat rechts r² staat, niet r.

Verdieping en verantwoord gebruik

Coördinaten en vectoren maken meetkunde controleerbaar. Controleer afstand, loodrechtheid, schaal en het gebruikte coördinatenstelsel.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Geef de raaklijn aan x²+y²=16 in (4,0).

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

De straal is horizontaal, dus de raaklijn verticaal: x=4.

Oefen cirkels en raaklijnen →

HAVO 5 · Wiskunde B · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.