⌂   Startƒ   Parabolen en transformaties
WISKUNDE OEFENEN · ALTIJD GRATIS

Parabolen en transformaties oefenen – VWO 6 wiskunde B

Top, symmetrieas en verschuivingen van kwadratische functies.

VWO 6 · Wiskunde BVoorbereiding op CE en SEAndere leerroute ↗
UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Parabolen en transformaties begrijpen

Na deze les: Je leest een parabool in topvorm en berekent de nulpunten.

Voor je begint: Functies als verbanden

Ken invoer, uitvoer, domein en bereik. Een tabel, formule en grafiek kunnen hetzelfde verband tonen, maar leggen andere eigenschappen bloot.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

De topvorm laat zien waar de parabool zijn minimum of maximum heeft. Bij x=p wordt het kwadraat nul; daar is de hoogte q. De factor a rekt de grafiek verticaal en spiegelt haar bij een negatief teken. De symmetrieas loopt door de top. Twee punten op gelijke afstand van die as hebben dezelfde hoogte.

\[f(x)=a(x-p)^2+q,\qquad\text{top }(p,q),\quad\text{symmetrieas }x=p\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Herschrijf zo nodig naar topvorm door kwadraat afsplitsen.
  2. Lees top, symmetrieas en openingsrichting af.
  3. Los f(x)=0 op als er naar nulpunten wordt gevraagd.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Onderzoek \(f(x)=2(x-3)^2-8\).

  1. De top is (3,−8), de as is x=3 en a=2>0: een dalparabool.
  2. Voor nulpunten: \(2(x-3)^2=8\), dus \((x-3)^2=4\).
  3. Daarom x−3=±2. De nulpunten zijn x=1 en x=5.

Zo controleer je het: Beide nulpunten liggen 2 van de as af. De laagste hoogte is −8, dus het bereik is y≥−8.

Een veelgemaakte fout

In (x−3)² is de verschuiving 3 naar rechts. Vergeet bij worteltrekken de negatieve mogelijkheid niet.

Verdieping en verantwoord gebruik

Een functie is een afbeelding, geen losse formule. Onderzoek gevoeligheid met \(\Delta y/\Delta x\) en wees voorzichtig met extrapolatie buiten het meetgebied.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Bepaal top en nulpunten van \(g(x)=-(x+1)^2+9\).

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

Top (−1,9), bergparabool. De nulpunten zijn x=−4 en x=2.

Oefen parabolen en transformaties →

HAVO 3 · Basiswiskunde · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.