WISKUNDE-ENCYCLOPEDIE · STAP VOOR STAP LEREN

Complexe vergelijkingen uitgelegd

Niet-reële oplossingen van kwadratische vergelijkingen bepalen. Lees de uitleg, bekijk het voorbeeld en oefen daarna zelf.

UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Complexe vergelijkingen begrijpen

Na deze les: Je lost kwadratische vergelijkingen op met niet-reële wortels.

Voor je begint: Complexe getallen

Herhaal reële rekenregels en onthoud \(i^2=-1\). Houd reëel deel, imaginair deel, modulus en argument uit elkaar.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Binnen de reële getallen heeft een negatieve discriminant geen wortel. In de complexe getallen gebruik je i²=−1 en schrijf je een wortel van −a als i√a voor a>0. De twee oplossingen van een kwadratische vergelijking met reële coëfficiënten vormen dan een geconjugeerd paar. Kwadraat afsplitsen maakt die symmetrie vaak direct zichtbaar.

\[z^2-2az+(a^2+b^2)=0\quad\Longrightarrow\quad z=a\pm bi\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Breng de vergelijking op nul en gebruik abc of kwadraat afsplitsen.
  2. Schrijf de negatieve wortel met i.
  3. Geef beide oplossingen en controleer door invullen of via som en product.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
Los z²−4z+13=0 op.

  1. Splits het kwadraat af: (z−2)²+9=0.
  2. Dus (z−2)²=−9 en z−2=±3i.
  3. De oplossingen zijn 2+3i en 2−3i.

Zo controleer je het: De som van de wortels is 4 en het product is 4+9=13. Dat past bij de coëfficiënten.

Een veelgemaakte fout

Geen reële oplossingen betekent niet geen complexe oplossingen. Vergeet de tweede, geconjugeerde wortel niet.

Verdieping en verantwoord gebruik

In poolvorm worden moduli vermenigvuldigd en argumenten opgeteld. Complexe getallen breiden het getalsysteem uit.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Los z²+4=0 op.

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

z²=−4, dus z=2i of z=−2i.

Oefen complexe vergelijkingen →

VWO 6 · Wiskunde D · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.