WISKUNDE-ENCYCLOPEDIE · STAP VOOR STAP LEREN

Keuzeonderwerp: matrices uitgelegd

Een voorbeeld van modelleren met overgangsmatrices. Lees de uitleg, bekijk het voorbeeld en oefen daarna zelf.

UITLEG · VOORBEELD · ZELF DOEN

Keuzeonderwerp: matrices begrijpen

Na deze les: Je gebruikt een overgangsmatrix en controleert de richting van de berekening.

Voor je begint: Keuzeonderwerpen

Keuzeonderwerpen kunnen verschillende voorkennis en notaties gebruiken. Begin met de definities van het specifieke model.

Gebruik een model alleen binnen zijn bedoelde domein. Schrijf bij twijfel op wat je weet, wat je aanneemt en wat je nog moet controleren.

1. Wat betekent dit en waarom werkt het?

Een overgangsmatrix bewaart kansen of aandelen waarmee aantallen tussen toestanden bewegen. Spreek af of aantallen in een kolomvector staan. Dan bevat elke kolom van de matrix de verdeling vanuit één oude toestand. In een gesloten model tellen de kolommen op tot 1, zodat het totaal bewaard blijft. Vermenigvuldigen is rij maal kolom; de volgorde bepaalt de betekenis.

\[\begin{pmatrix}A_{\mathrm{nieuw}}\\B_{\mathrm{nieuw}}\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}0{,}8&0{,}1\\0{,}2&0{,}9\end{pmatrix}\begin{pmatrix}A\\B\end{pmatrix}\]

Lees de formule samen met de uitleg. Benoem wat elk symbool voorstelt voordat je getallen invult.

2. Een aanpak die je kunt volgen

  1. Leg vast welke rij en kolom bij welke toestand horen.
  2. Vermenigvuldig iedere rij met de oude aantallenkolom.
  3. Controleer het nieuwe totaal en gebruik voor een volgende stap de nieuwe vector.

3. Uitgewerkt voorbeeld

De opgave
In A zijn 100 personen en in B 200. Per periode blijft 80% van A in A en 90% van B in B. Bereken de volgende toestand.

  1. Naar A gaan 0,8·100 uit A en 0,1·200 uit B: samen 100.
  2. Naar B gaan 0,2·100 uit A en 0,9·200 uit B: samen 200.
  3. De toestand blijft dus (100,200): dit is hier een evenwicht.

Zo controleer je het: Het totaal blijft 300. Elke kolom van de matrix telt op tot 1.

Een veelgemaakte fout

Verwissel herkomst en bestemming niet. Een rijstochastische afspraak kan ook, maar vraagt een andere vectororiëntatie.

Verdieping en verantwoord gebruik

Vergelijk methoden op aannames en toepassingsgebied. Een techniek is niet “beter” zonder doel en foutmaatstaf.

Controleer: zijn definities, eenheden en afrondingen duidelijk? Kan een andere leerling je stappen herhalen? Welke uitzonderingen of onzekerheden kunnen het antwoord veranderen?

4. Nu jij

Begin met A=200 en B=100 onder dezelfde overgang. Wat wordt de volgende toestand?

Probeer eerst zelf. Schrijf de tussenstappen op en controleer je uitkomst voordat je de uitwerking opent.

Bekijk het antwoord en de redenering

A_nieuw=160+10=170 en B_nieuw=40+90=130. Het totaal blijft 300.

Oefen keuzeonderwerp: matrices →

VWO 5 · Wiskunde B · Een bijpassende opgave opent direct.

Officiële oriëntatie: SLO over havo/vwo-curricula · CBS open data en definities. Deze bronnen helpen bij curriculum- en datataal; ze vervangen geen docent, examenreglement of persoonlijke beoordeling.